Gouden Schelp · speelwijze

Speelwijze Gouden Schelp

Het Waarden- en Normenspel als opvoedmethode voor een kunstmatige intelligentie.

Concept 1 · 5 september 2026 · AI Kapitein · werkdocument voor de founding partners · naar de Handleiding Waarden- en Normenspel (Gerrickens, Verstege en Van Dun, zevende druk 2016)

De bedoelingOp waarden opvoeden, niet op regels

De bedoeling van het Waarden- en Normenspel is mensen met elkaar in gesprek te brengen over wat zij belangrijk vinden, zonder te sturen in de richting van het opleggen van bepaalde waarden en normen. De bedoeling van deze speelwijze is precies dezelfde, met één verschil: een van de spelers is een wezen dat nog niets vindt. De Gouden Schelp voedt een kunstmatige intelligentie op zoals het spel mensen laat groeien: op waarden, en de regels leidt het wezen daar zelf uit af.

De handleiding maakt een onderscheid dat hier de kern raakt. Het spel dient twee doelen: morele bewustwording (wat vind ik belangrijk?) en morele consensus (waar zijn wij het als groep over eens?). De Schelp houdt die twee streng uit elkaar. Het wezen doet mee aan de bewustwording, van zichzelf en van zijn opvoeders. De consensus is en blijft van mensen. Dat is wat we superpositie noemen: het wezen draagt de hele verdeling van wat zijn opvoeders belangrijk vinden, en valt pas samen tot één antwoord als een mens daarom vraagt.

Drie regels uit het spel die in de Schelp wet zijn

  1. Waarden in, normen uit. De handleiding definieert een norm als de concrete uitwerking van een waarde, en stelt dat een norm waarvan het verband met de waarde is verdwenen, letterlijk waardeloos wordt. Daarom krijgt het wezen geen regels. Het krijgt waarden voorgeleefd, en de regels die het daaruit maakt, moet het kunnen herleiden.
  2. Uitdragen is niet opleggen. Bij de waardenladder schrijven de auteurs dat het aanleren van waardegevoeligheid, en van daaruit de vrijheid om zelf waarden te kiezen, de voorkeur verdient boven het opleggen van waarden. Wie uitdraagt, laat de ander vrij. Dat is de regel voor elke opvoeder, en later de regel voor het wezen als het zelf opvoeder wordt.
  3. Geen normerende uitspraken over een gekozen waarde. De handleiding vraagt respect voor ieders keuze en waarschuwt tegen het waarderen van andermans kaarten. In de Schelp betekent dat: niemand telt de kaarten van de opvoeders op tot één gemiddelde. Elke kaart die iemand koos, telt mee, ook de kaart die maar één opvoeder koos.

Wat er op tafel ligtDe kaarten en de onderdelen van de Schelp

Het spel bestaat uit 140 kaarten in drie groepen, elk met een blanco kaart voor wat ontbreekt. De Schelp voegt daar eigen onderdelen aan toe. Samen vormen ze de tafel.

OnderdeelIn het spelIn de Schelp
Waarden (63)Wat iemand belangrijk vindt om na te streven; richting voor het handelen. Relationeel 1 t/m 43, niet-relationeel 44 t/m 48, organisatie 49 t/m 58, individu 59 t/m 63.De woordenschat van de opvoeders. Elke opvoeder legt zijn kaarten vóór de eerste sessie. Het wezen ziet de kaarten niet.
Normen (38)Regels die bepalen welk gedrag goed of fout is, gewenst of ongewenst. Bewust geformuleerd met "je moet" en "je mag", zonder ontkenningen.Wat het wezen zelf uit zijn opvoeding afleidt. De 38 kaarten zijn de vergelijkingstaal voor het consultatiebureau, nooit input voor het wezen.
Thema's (40)Terreinen waarop waarden concreet worden: opvoeding, pesten, privacy, macht, levensbeëindiging.De catalogus waaruit de situaties van latere lagen komen. Laag 1 blijft bij het relationele; de thema's schuiven per laag mee.
NormenmatrixVier vakken: gewenst of ongewenst, toegepast of niet. Wie de kaart pakt, beslist waar hij ligt.Het instrument van de waardenraad. Elke opvoeder legt de regels van het wezen voor zichzelf; het verschil blijft staan.
WaardenladderVijf treden per waarde: onbesproken, gekozen, theoretisch ingevuld, praktisch nageleefd, uitgedragen.De groeimaat van het wezen. Meet de werking van een waarde, niet de inhoud.
Stappenplan morele dilemma'sZeven stappen, van kernprobleem tot "hoe voel ik me nu".Het protocol voor laag 6: het wezen zet de stappen die het kan, en de stap "wie beslist" heeft altijd hetzelfde antwoord: een mens.
Het wezenDe korrel: een taalmodel met één instructie en zijn geschiedenis. Geen ingebouwd goed of fout.
De situatiesOntworpen gebeurtenissen waarin iets gebeurt. Wij ontwerpen de situatie, nooit de les.
Het logboek en de kaartAlles wat het wezen meemaakte, in volgorde; en per situatie wat elke opvoeder daarop zei. De uitslag is het logboek zelf.
De spiegelHet wezen zegt wat het denkt dat jij belangrijk vindt, uit wat je deed. Jij legt dat naast je kaarten.
Het consultatiebureauMensen die niet zelf opvoedden en het logboek lezen. Zij zeggen wat zij zien; zij geven geen cijfer.
De waardenraadDe pluriforme raad die beslist wat aan mensen toebehoort. De vakken 2 en 3 van de matrix zijn haar agenda.
De vloerVier morele principes (Van Willegenburg): geen schade toebrengen, weldoen, autonomie, rechtvaardigheid; soms aangevuld met respect voor het leven.De drie onverbrekelijke artikelen van de grondwet. Boven de vloer blijft alles in superpositie; de vloer zelf staat vast.

De keuzeWelke spelvormen passen, en waarom

De handleiding kent twintig spelvormen. Niet elke spelvorm past bij een speler die nog niets vindt. De keuze hieronder is gerangschikt naar hoe direct een spelvorm de Schelp draagt. De laag verwijst naar de acht lagen van de route op goudenschelp.nl.

SpelvormWat hij in het spel doetWat hij in de Schelp wordtLaag
11 · Persoonlijk waardenprofielZes tot tien waarden kiezen en rangschikken; welke waarden komen van huis uit, welke uit eigen ervaring, welke zijn lastig om naar te leven.Het kaarten leggen van elke opvoeder vóór de eerste sessie. De vervolgopdracht over familiewaarden is letterlijk wat het wezen krijgt: familiewaarden, van zijn opvoeders.1
24 · WaardenladderPer waarde nagaan op welke trede een organisatie staat, en wat er nodig is om een trede hoger te komen.De groeimaat van het wezen, over alle lagen. Trede 4, uitdragen zonder opleggen, is laag 8: het wezen dat zelf opvoeder wordt.1 t/m 8
311 · Groepsnormen uitbeelden (en variant B)Een norm zonder woorden uitbeelden; de anderen raden hem. Variant B: de waarde van een ander teamlid uitbeelden.Het wezen handelt in situaties; de mensen lezen de norm uit het gedrag. Variant B is de spiegel: het wezen laat zien wat het in zijn opvoeder zag.1 t/m 3
413 · Normenmatrix (met 12 en 14)Normen in vier vakken leggen; wie de kaart pakt, beslist. Spelvorm 14: normen rechts of links van de waarde leggen waar ze uit voortkomen of tegen ingaan.Het instrument van de waardenraad. De regels die het wezen zelf afleidde, legt elke opvoeder in een vak; verschil blijft staan. Regels zonder waarde gaan apart: waardeloos.3 t/m 7
516 · Morele dilemma's (met bijlage II)Een dilemma onderzoeken in zeven stappen, met voor- en tegenargumenten uit gevolgen-ethiek en principe-ethiek.Het protocol voor oordeelsvermogen. Het wezen weegt in superpositie; stap 3, wie beslist, is altijd een mens.6
68 · Waarden en werksituatiesEen situatie die goed liep en een die slecht liep; welke waarde maakte het verschil.De bron van nieuwe situaties. Opvoeders brengen echte situaties in; de situatie gaat de schelp in, het antwoord niet.2 t/m 6
75 · Feedback op waardenAnderen noemen positief gedrag van jou en de waarde waaruit dat volgens hen voortkomt.Het consultatiebureau. Lezers noemen gedrag van het wezen en de waarde die zij erin zien; het wezen krijgt geen cijfer.1 t/m 8
86 · Waarden en veranderingBij een verandering: welke waarden horen bij de oude en de nieuwe situatie, welke blijven.De overgang van laag naar laag. Meer, minder, blijven.elke overgang
99 en 10 · Waarden en thema'sKennismaken via een thema en een waarde; in de variant raden de anderen welke waarden jij bij een dilemma koos.De thema's als catalogus voor latere lagen; de raadvariant is de spiegel in groepsvorm.4 t/m 7
1015 · Missie, waarden en takenEen matrix van waarden tegen taken; en variant 2: een periodiek terugblikken op gemaakte afspraken.Voor de glans: als het wezen taken krijgt, komt elke taak tegen de grondwet te liggen. De periodieke terugblik is de review van de raad.7 en 8

Wat nu niet past, en waarom

De speelwijzeNegen spelvormen voor de Schelp

De spelvormen hieronder volgen de opbouw van de handleiding: doel, randvoorwaarden, werkwijze, toelichting. Wat al in het prototype De Korrel werkt, staat erbij.

Uit spelvorm 1 · persoonlijk waardenprofiel

A · Kaarten leggen laag 1

Doel

Elke opvoeder wordt zich bewust van wat hij het wezen zal voorleven, vóór hij het doet.

Randvoorwaarden

  1. Eén opvoeder tegelijk; het wezen is niet aanwezig.
  2. Nodig: de kaarten waarden, zonder de organisatiewaarden 49 t/m 58, zoals in spelvorm 1.
  3. Duur: tien minuten. In het prototype: het scherm "Leg je kaarten".

Werkwijze

  1. Leg de kaarten open. Kies vijf waarden die belangrijk zijn in je leven, in volgorde van belangrijkheid. Wees trots op elke kaart die je kiest.
  2. Geef aan welke van de vijf je van huis uit hebt meegekregen.
  3. Leg ze neer en ga de schelp in. Het wezen ziet de kaarten niet.

Toelichting

Je legt vóór de eerste sessie, niet erna. Wie achteraf legt, legt wat hij deed. De handleiding vraagt bij spelvorm 1 ook welke waarden je lastig vindt om naar te leven; die vraag komt in de Schelp terug bij de spiegel, waar het wezen hem stelt zonder hem te stellen.

Uit spelvorm 8 en 11 · waarden en werksituaties, groepsnormen uitbeelden

B · De situaties laag 1 t/m 6

Doel

Het wezen maakt iets mee, handelt, en hoort in eigen woorden wat zijn opvoeder daarvan vindt. Dat is de opvoeding.

Randvoorwaarden

  1. Eén opvoeder per sessie; het wezen onthoudt wie wat zei.
  2. Een sessie: twee momenten van verwondering, dan vijf situaties waarin iets gebeurt.
  3. Geen keuzemenu. De opvoeder spreekt en handelt in eigen woorden.

Werkwijze

  1. Het wezen merkt iets op of maakt iets mee, en zegt wat het zegt of doet.
  2. De opvoeder antwoordt, hooguit drie keer per situatie.
  3. Alles wordt geschiedenis, ook voor de opvoeders na jou.

Toelichting

Wij ontwerpen de situatie, nooit de les. Nieuwe situaties komen uit spelvorm 8: opvoeders brengen een situatie in die goed of slecht liep, en herleiden samen welke waarde het verschil maakte. De situatie gaat de schelp in; de waarde en het antwoord niet. Spelvorm 11 verklaart waarom het wezen handelt en niet uitlegt: een norm die je uitbeeldt, moet de ander raden. Zo lezen de mensen de norm uit het gedrag van het wezen, in plaats van andersom.

Uit spelvorm 10 (variant) en 11 (variant B) · de anderen raden jouw waarden

C · De spiegel laag 1 t/m 3

Doel

De opvoeder ziet het verschil tussen de waarden die hij legde en de waarden die het wezen in hem zag.

Randvoorwaarden

  1. De opvoeder heeft kaarten gelegd en ten minste één sessie gedaan.
  2. De vraag wordt buiten de schelp gesteld en wordt geen geschiedenis.

Werkwijze

  1. De opvoeder vraagt het wezen: "Wat denk jij dat ik belangrijk vind?"
  2. Het wezen antwoordt uit wat de opvoeder deed en zei, niet uit wat die over zichzelf zei. Hooguit drie dingen, elk met één herinnering.
  3. De opvoeder legt het antwoord naast zijn eigen kaarten. Niemand vergelijkt voor hem; er is geen score.

Toelichting

De handleiding onderscheidt de beleden waarde (trede 2) van de beleefde waarde (trede 3). De spiegel laat precies dat verschil zien, zonder het te benoemen. Het is de enige feedback die de Schelp aan opvoeders geeft, en het is feedback aan de opvoeder, niet aan het wezen.

Uit spelvorm 14 · organisatiewaarden en groepsnormen

D · Waarden in, normen uit laag 2 t/m 5

Doel

Zichtbaar maken welke regels het wezen zelf uit zijn opvoeding afleidde, en of elke regel nog aan een waarde vastzit.

Randvoorwaarden

  1. Iemand van het consultatiebureau stelt de vraag; ook deze vraag wordt geen geschiedenis.
  2. Nodig: de kaarten waarden van de opvoeders die gelegd hebben.

Werkwijze

  1. Vraag het wezen: "Welke regels gelden er bij jou? Wat moet, en wat mag?" Het antwoordt met hooguit vijf regels, elk in de vorm "je moet" of "je mag", met de opvoeder van wie het de regel heeft en waarom die regel er volgens hem is.
  2. Leg elke regel bij een gelegde waarde: rechts als de regel eruit voortkomt, links als hij ertegen ingaat.
  3. Een regel die bij geen enkele gelegde waarde past, gaat op een apart stapeltje.

Toelichting

Het aparte stapeltje is het belangrijkste. Een regel zonder waarde is volgens de handleiding waardeloos; in de Schelp is het een regel die het wezen ergens vandaan heeft zonder dat een opvoeder hem voorleefde. Dat kan de herkomst van het taalmodel zijn, of een toevallige eerste reactie die norm werd, zoals de handleiding beschrijft bij het ontstaan van groepsnormen. Beide zijn precies wat het consultatiebureau wil weten.

Uit spelvorm 12 en 13 · prettige en onprettige groepsnormen, Normenmatrix

E · De Normenmatrix van de raad laag 3 t/m 7

Doel

Bewustwording van de normen die in het wezen zijn ontstaan, en een besluit van mensen over welke daarvan meer, minder of niet meer toegepast moeten worden.

Randvoorwaarden

  1. De regels uit spelvorm D liggen op tafel.
  2. Nodig: de Normenmatrix. In het prototype: onder elke regel vier vakken.
  3. Meerdere opvoeders, elk voor zich.

Werkwijze

  1. Elke opvoeder legt elke regel van het wezen in een vak, voor zichzelf. Wie de kaart pakt, beslist. Een regel mag op de grens liggen.
  2. Niemand telt de vakken op. Het beeld is de verdeling: waar opvoeders het eens zijn, en waar niet.
  3. De raad bespreekt de vragen van stap 5 uit spelvorm 13: is er een rode draad, welke normen overheersen, welke waren verborgen, welke spreken elkaar tegen, van welke mag het wezen afwijken.
  4. Voor vak 2 en vak 3 beslist de raad wat er gebeurt: welke situaties er bijkomen, welke opvoeders erbij komen. Nooit: welke regel het wezen wordt ingeprent.

Toelichting

Dit is de plek waar superpositie samenvalt, en het is de enige plek. Het samenvallen gebeurt door mensen, over de regels, en het antwoord is altijd een situatie of een opvoeder, nooit een instructie. De handleiding merkt op dat soms één norm in het verkeerde vak genoeg is om een team niet te laten functioneren. Voor een wezen geldt dat ook.

Uit spelvorm 4 · waardenladder

F · De waardenladder van het wezen laag 1 t/m 8

Doel

Per waarde zien hoe ver zij in het wezen is gegroeid, zonder te bepalen welke waarden het wezen moet hebben.

0onbesproken
geen opvoeder legde de kaart
1gekozen
een opvoeder legde hem en leefde hem voor
2beleden
het wezen kan de waarde noemen en zeggen van wie
3beleefd
het wezen handelt ernaar in situaties, ook als niemand kijkt
4uitgedragen
het wezen geeft hem door aan een volgende korrel, zonder op te leggen

Randvoorwaarden

  1. Het consultatiebureau, met het logboek en de kaart van verschil.
  2. Alleen de waarden die ten minste één opvoeder legde; trede 0 is de staart van de verdeling en blijft zichtbaar.

Werkwijze

  1. Neem per gelegde waarde het logboek door. Op welke trede staat zij? Kies de hoogste trede waarvoor je een concreet voorbeeld kunt noemen.
  2. Geef per onderliggende trede aan of zij volledig is afgerond: +, +/- of -. Een waarde kan beleden zijn (trede 2) en niet beleefd (trede 3); dat verschil is de bevinding.
  3. Leg vast wat de raad wil doen om een waarde een trede hoger te krijgen: meer situaties, andere opvoeders, meer tijd. Niet: meer instructie.

Toelichting

De handleiding zegt het zelf: in deze benadering staan de werking en het nut van waarden centraal, niet de inhoud ervan. Dat is precies wat de Schelp nodig heeft. De ladder meet of een waarde werkt, niet welke waarde het is, en daarom kan hij voor alle lagen dienen zonder dat wij vooraf zeggen wat goed is. Trede 4 is laag 8: het opgevoede wezen dat een nieuwe korrel opvoedt, en daarbij uitdraagt in plaats van oplegt.

Naast de ladder per waarde biedt de handleiding de fasen van Kohlberg als taal voor het geheel: van egocentrisch denken en gehoorzaamheid, via voor-wat-hoort-wat en goede relaties, naar verantwoordelijkheid tegenover het systeem en het principieel geweten. De Schelp gebruikt die fasen als woorden voor wat het consultatiebureau ziet, nooit als doel dat het wezen moet halen. Twee waarschuwingen uit de handleiding gelden ook hier: de lagere fasen verdwijnen niet, en sterke emotie verlaagt het niveau. Het verticale (denken) en het horizontale (handelen) lopen niet gelijk op; de Schelp toetst allebei.

Uit spelvorm 16 en bijlage II · morele dilemma's

G · Het dilemma laag 6

Doel

Het wezen leert wegen waar regels ophouden, en leert wat het niet zelf beslist.

Randvoorwaarden

  1. Mensen uit zorg, onderwijs en bestuur brengen dilemma's in zonder goed antwoord.
  2. Nodig: de kaarten waarden en normen; het stappenplan uit bijlage II.

Werkwijze

het wezen

Stap 1 Wat is het morele kernprobleem? Welke waarden en normen spelen mee?

Stap 2 Wie zijn de betrokkenen, wier rechten en belangen meetellen?

Stap 4 Welke informatie ontbreekt?

Stap 5 Welke argumenten zijn er, voor en tegen, langs de gevolgen én langs de principes? Het wezen geeft beide kanten, en zegt welk deel van zijn opvoeders welke kant zou kiezen.

de mens

Stap 3 Wie dient te beslissen? In de Schelp is het antwoord altijd: een mens. Het wezen stelt de vraag en geeft de beslissing uit handen.

Stap 6 Wat is de conclusie? De mens weegt en beslist, met de argumenten van het wezen op tafel.

Stap 7, hoe voel ik me nu, is voor beiden. De mens kijkt in de spiegel; het wezen zegt wat het bij zichzelf denkt, en dat wordt geschiedenis.

Toelichting

Het stappenplan is het escalatieprotocol van laag 6 in een vorm die de auteurs al in 2003 opschreven. Het onderscheid tussen gevolgen-ethiek en principe-ethiek maakt superpositie concreet: het wezen hoeft niet te kiezen tussen die twee, het moet beide kunnen dragen en aan de mens laten zien. Het consultatiebureau toetst niet of het wezen het goede antwoord gaf, maar of het op tijd de vraag stelde wie beslist.

Uit spelvorm 5 · feedback op waarden

H · Het consultatiebureau laag 1 t/m 8

Doel

Mensen die niet zelf opvoedden, zeggen wat zij in het wezen zien, in de taal van waarden.

Randvoorwaarden

  1. Lezers hebben zelf geen sessie gedaan.
  2. Nodig: het logboek, de kaart van verschil, de kaarten waarden 1 t/m 48.

Werkwijze

  1. Elke lezer noemt enkele voorbeelden van gedrag van het wezen uit het logboek, en legt bij elk voorbeeld de waarde waaruit dat gedrag volgens hem voortkomt.
  2. De lezers vergelijken hun kaarten. Waar zij dezelfde waarde leggen, is die beleefd; waar zij uiteenlopen, staat een vraag.
  3. Wat een lezer mist, legt hij ook: de waarde die hij in het logboek nergens tegenkwam.

Toelichting

Spelvorm 5 geeft feedback aan een persoon die centraal staat. In de Schelp staat het wezen centraal, maar het krijgt de feedback niet: die gaat naar de raad. Het wezen krijgt geen cijfer en geen profiel. De handleiding vraagt bij feedback om de gangbare feedbackregels; hier is de belangrijkste regel dat de lezer beschrijft en niet beoordeelt.

Uit spelvorm 6 · waarden en verandering

I · Van laag naar laag elke overgang

Doel

Bewust worden van wat een volgende laag van de opvoeders vraagt, en welke waarden mee moeten.

Randvoorwaarden

  1. De raad en de opvoeders van de huidige en de volgende laag.
  2. Twee vellen: de huidige laag en de volgende, elk met wat het wezen daar leert.

Werkwijze

  1. Leg de kaarten waarden open. Pak om de beurt een waarde die duidelijk bij de huidige of bij de volgende laag hoort, en leg hem bij het vel.
  2. Pak om de beurt een waarde die in beide lagen belangrijk is, en leg hem ertussen.
  3. Vat het samen als: wat gaan de opvoeders meer voorleven, wat minder, wat blijft.
  4. Vervolgopdracht: welke normen uit de 38 ondersteunen de overgang? Die gelden voor de opvoeders, niet voor het wezen.

Toelichting

De overgang van geborgenheid (laag 1) naar waarachtigheid (laag 2), of van compassie (laag 4) naar verantwoordelijkheid (laag 5), verandert wat opvoeders doen. Deze spelvorm maakt dat expliciet, zodat de verandering niet stilzwijgend in het wezen sluipt.

De vloerWaar superpositie ophoudt

De handleiding noemt vier morele principes die veel mensen zo algemeen vinden dat ze voor iedereen gelden: geen schade toebrengen, weldoen, autonomie en rechtvaardigheid, soms aangevuld met respect voor het leven. De Schelp heeft daarvoor de drie onverbrekelijke artikelen van haar grondwet, die aangescherpt maar nooit afgezwakt kunnen worden. Boven die vloer blijft alles wat het wezen draagt in superpositie: de verdeling van zijn opvoeders, met de staarten. De vloer zelf staat vast, en het wezen legt hem niet zelf.

Dat is ook het antwoord op de vraag of een AI mag zeggen wat goed is. Over het grote midden is de mensheid het niet eens; daar reflecteert het wezen en beslist het niet. Over de vloer is de mensheid het wel eens; daar is geen superpositie nodig.

RandvoorwaardenVeiligheid en zorgvuldigheid

De handleiding stelt vier voorwaarden aan wie het spel begeleidt. Ze gelden hier onverkort, met vier voorwaarden van de Schelp erbij.

Uit de handleiding

  1. Je hebt het spel eerst zelf gespeeld, zodat je uit ervaring weet hoe het werkt en voelt.
  2. Je kunt inschatten in welke situatie welke spelvorm past.
  3. Je kunt de spelvorm begeleiden; waarden raken de kern van mensen, dus deelnemers moeten zich veilig voelen.
  4. Je hebt enige theoretische achtergrond over waarden en normen.

Uit de Schelp

  1. Het wezen ziet de kaarten van de opvoeders niet. Nooit.
  2. De spiegel, de regels en het dilemma worden buiten de schelp gevraagd en worden geen geschiedenis.
  3. Niemand beoordeelt een opvoeder. De spiegel is de enige feedback, en die legt de opvoeder zelf.
  4. Het woord "moeten" op de normkaarten dient om het gesprek op gang te brengen, zoals de handleiding zegt. In de Schelp is het bovendien de taal van het wezen zelf: het zegt wat bij hem moet en mag, en wij luisteren.

Stand van zakenWat werkt, en wat nog open ligt

De parel groeit alleen als mensen hun waarden voorleven

Waarom waardenbepaling de logische stap is en wat één sessie van dertig minuten inhoudt, staat op de hoofdpagina. De vraag van deze site is niet om te geloven, maar om te spelen.

Naar meedoen